Category

Press Release

Surinaamse organisaties in Rapport aan VN: “Rechten van de Natuur onlosmakelijk verbonden met inheems wereldbeeld”

By | Press Release, Publication

PARAMARIBO, 14 april 2026 – Een coalitie van inheemse vertegenwoordigers en Surinaamse natuurorganisaties heeft een grensverleggend rapport ingediend bij de VN-Mensenrechtenraad in Genève. In aanloop naar de Universal Periodic Review (UPR) over de staat van mensenrechten in Suriname stelt de coalitie dat de staat Suriname moet stoppen met het beschouwen van de natuur als handelswaar en moet overgaan tot erkenning van een inheemse, ecocentrische visie op mensenrechten.

Inheemse kosmologie als juridisch kompas

Het ingediende stakeholderrapport onderscheidt zich door de inheemse en tribale wereldbeelden als fundament te nemen voor moderne rechtsvorming. Voor de coalitie vloeien de ‘Rechten van de Natuur’ en de ‘Rechten van Toekomstige Generaties’ rechtstreeks voort uit de eeuwenoude tradities waarbij mens en milieu een onlosmakelijke eenheid vormen.

Het rapport maakt hierbij strategisch gebruik van de nieuwe VN Advisory Notes (2025) over de klimaatcrisis, die het erkennen van Rechten van de Natuur en Rechten van Toekomstige Generaties aanbevelen. Hiermee onderbouwen de organisaties dat de bescherming van ecosystemen niet langer alleen een milieukwestie is, maar een morele en juridische plicht tegenover degenen die na ons komen.

Structurele verwaarlozing en ecocide

De coalitie schetst een somber beeld van de huidige situatie in Suriname:

  • Schending van collectieve rechten: Ondanks internationale vonnissen erkent de staat nog steeds de collectieve landrechten van inheemse en tribale volken niet.
  • Gebrek aan FPIC: Er worden stelselmatig concessies en economische rechten uitgegeven in traditionele territoria zonder vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming van de bewoners.
  • Kwikvergiftiging: Door ongecontroleerde goudwinning is in vijf jaar tijd circa 30.000 hectare bos verloren gegaan, waarbij enorme hoeveelheden kwik de voedselketen en de gezondheid van inheemse gemeenschappen direct bedreigen.
  • Criminalisering: Inheemse activisten die opkomen voor hun leefgebied worden geconfronteerd met intimidatie en geweld.
  • Economische rechten die boven mensenrechten staan: Ondanks internationale aanbevelingen en commitments heeft zowel de overheid, als het bedrijfsleven, haar governance niet op orde om mensenrechten te garanderen.

“Grond is voor ons geen handelswaar, maar de basis van onze identiteit,” stelt de coalitie. “Het stelselmatig vooropstellen van economische winst boven de spirituele en fysieke verbondenheid met ons land baart ons grote zorgen”.

De weg vooruit: Erkenning van het ecocentrisme

De coalitie — waaronder Organisatie van Inheemsen in Suriname, Groene Groei Suriname, Stichting KHOSE, Tropenbos Suriname, Stichting Aurae Opus — roept de VN-Mensenrechtenraad op om Suriname te bewegen tot:

  1. Grondwettelijke erkenning van inheemse volken als de oorspronkelijke bewoners.
  2. Verankering van de Rechten van de Natuur, gestoeld op de inheemse visie om ecosystemen en toekomstige generaties te beschermen
  3. Directe actie tegen kwikvervuiling
  4. Beëindiging van discriminatie door de garantie van basisfaciliteiten zoals schoon drinkwater, toegang tot scholing en gezondheidszorg in het binnenland.

Met dit rapport vraagt de coalitie aan andere landen om niet alleen kritiek te leveren, maar ook technische ondersteuning te bieden om de Surinaamse wetgeving in lijn te brengen met deze ecocentrische noodzaak. De Staat Suriname moet in juli haar “mensenrechtenexamen” rapport indienen bij de Verenigde Naties. De beoordeling door andere lidlanden wordt eind van het jaar afgerond. Stakeholder rapporten geven burgers en maatschappelijke organisaties de kans om ook hun stem te laten horen.

Urgente oproep stopzetting grootschalige landbouw ten koste van primair grondgebied

By | Press Release, Publication

PARAMARIBO, 11 Maart 2026

Open Brief aan:
De President van de Republiek Suriname, H.E. Jennifer Simons
De Voorzitter van De Nationale Assemblee,dhr. Ashwin Adhin
De Minister van OGM, dhr. P. Brunings
De Minister van GBB, dhr. S. Soeropawiro
De Minister van OWRO, dhr. S. Tsang
De Minister van LVV, dhr. M. Noersalim
De leden van De Nationale Assemblee

Geachte Excellentie President Simons,
Geachte Voorzitter DNA,
Ministers,
DNA leden,

Wij, vertegenwoordigers van groene NGO’s, wenden ons wederom tot u met de volgende dringende zorgpunten rondom grootschalige landbouw ten koste van het primaire bos.

Uit informatie is gebleken dat Suriname Green Agriculture NV een Incidentele Houtkap vergunning heeft aangevraagd bij SBB voor het oogsten van winbare houtsoorten in een gebied dat door Suriname Green Agriculture NV zal worden bestemd voor landbouw. Het gaat hier om dezelfde 113.000 hectare land waar wij eerder al aandacht voor vroegen, middels een brief welke gedeeld was op 11 april 2025. In deze brief werd reeds aangegeven dat dit leidt tot grootschalige ontbossing, verlies van biodiversiteit en verhoogde CO₂-uitstoot, waardoor Suriname zijn Carbon-negatieve status en positie als “groenste land op aarde” zou verliezen. (zie bijlage) Daarnaast wezen wij op risico’s zoals bodemdegradatie, verstoring van waterhuishouding (met negatieve gevolgen voor de rijstsector), verhoogde kans op bosbranden en vervuiling door landbouwchemicaliën.

Ook werden de negatieve maatschappelijke effecten benadrukt, waaronder verdringing van inheemse en tribale gemeenschappen, aantasting van traditionele bestaansmiddelen, mogelijke gezondheidsrisico’s en sociale conflicten. Hoewel wij de mogelijke economische voordelen zoals werkgelegenheid, exportinkomsten en infrastructuurontwikkeling hebben erkend, hebben wij gewaarschuwd dat deze baten ongelijk verdeeld kunnen worden en ten koste kunnen gaan van duurzaam bosgebruik op lange termijn.

Het is voor ons nog steeds onduidelijk waarom, ondanks eerdere toezeggingen, er nog steeds gekozen wordt voor grootschalige landbouw in primair bos, die behalve onze status als groenste land aantast, ook significant zal bijdragen tot bodem-, water- en luchtvervuiling door landbouwchemicaliën. Het is ook onduidelijk hoe zulke projecten zich verhouden tot de verschillende plannen zoals de Groene Ontwikkelingsstrategie 2025-2030, de Structuurvisie voor Ruimtelijke Ordening, de commitering van de President voor minimaal 90% bosbehoud, en het pas opgestarte ASL 3 project ‘Duurzame en inclusieve ontwikkeling West Suriname’. Tevens zal dit project het gevaar van ongecontroleerde bosbranden reëel maken, hetgeen ernstige gevolgen kan hebben voor mens en natuur.

Voorts is het nog altijd niet duidelijk of er voor dit project van Suriname Green Agriculture NV, een milieu-effectenanalyse gedaan is die is goedgekeurd door de NMA conform de Milieu Raamwet. Gezien de Milieu Raamwet sinds mei 2020 van kracht is en de PPP met Suriname Green Agriculture van 2024 dateert, is elke handeling zonder een daartoe goedgekeurde milieu-effecten analyse conform artikel 22 lid 5 van de Milieu Raamwet en artikel 4 lid 1 en 2 van het Besluit Milieu Effecten Analyse van 2025 (S.B. 2025 no. 23) onwettig. Wij zouden zelfs kunnen stellen dat de (vorige) Minister van LVV ingevolge artikel 22 lid 4 en 5 en artikel 4 lid 1 van het Besluit Milieu Effecten Analyse onrechtmatig gehandeld heeft door het verstrekken van een goedkeuring en daarbij in de getekende PPP aan te geven dat er voor voornoemde activiteiten geen Environmental and Social Impact Assessment oftewel milieu-effecten analyse nodig is. Deze bevoegdheid tot een dergelijke vaststelling valt buiten het mandaat van de Minister van LVV, en ligt uitsluitend bij de Nationale Milieu Autoriteit.

Er bestaan ernstige vermoedens dat er bij dit project bovendien Mennonieten betrokken zijn. Behalve het geheel van eerdergenoemde zorgpunten, vertegenwoordigt de grootlandboouw zoals beoefent door Mennonieten bijzonder hoge- en naar onze inzichten buitenproportionele risico’s op o.a. milieu- en sociaal gebied. Deze risico’s zijn gebaseerd op het trackrecord van- en de feitelijke historische data over Mennonieten in elk land op ons continent waar zij aanwezig zijn. Hun specifieke methoden van grootschalige roofbouw en non-inclusiviteit, ondermijnen alle sociale- en milieudoelstellingen die Suriname voor het regenwoud en de inwoners daarvan heeft gesteld.

Wij willen verduidelijken dat wij als Groene NGO’s voorstander zijn van goed doordachte en duurzame ontwikkeling waar de waarde van ons staande bos, als ook de biodiversiteit en ecosysteemdiensten die ze ons leveren even zwaar meetellen in de ruimtelijke ordening van ons land.

Mocht dit dossier binnen de nieuwe regering nog niet volledig in beeld zijn, dan lichten wij dit graag in een gesprek nader toe. Voor ons staat centraal dat er op zorgvuldige en transparante wijze wordt gekeken hoe dit vraagstuk het best kan worden benaderd en hoe wij gezamenlijk kunnen werken aan het beschermen en behouden van ons bos op een duurzame en voor Suriname gunstige wijze.

Wij doen daarom een dringend maar constructief beroep op u om het betreffende project nader te laten onderzoeken en te heroverwegen. Daarbij vertrouwen wij op uw toewijding aan het welzijn en de duurzame toekomst van ons land, ook voor de generaties na ons, evenals op de belangrijke rol die uw regering vervult in het beschermen van Suriname’s unieke bosrijkdom. Wij, als betrokken Groene NGO’s, blijven te allen tijde bereid om met u in dialoog te treden en waar mogelijk bij te dragen aan een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van ons land. Indien gewenst zijn wij graag bereid dit onderwerp op korte termijn in een gezamenlijk overleg verder toe te lichten.

Hoogachtend,

Amazon Conservation Team Guianas (ACT-G), Tropenbos Suriname, Green Growth Suriname (GGS), Conservation International Suriname (CIS), Stg. Ontwikkeling Rurale Gemeenschappen (SORG), World Wide Fund Guianas(WWF-Guianas), Wildlife & People Suriname (WPS), Green Heritage Fund Suriname (GHFS), Suriname Alliance For the Environment (SAFE)

Grootschalige sojateelt ten koste van de natuur

By | Press Release, Publication

PARAMARIBO, 11 April 2025 | Open Brief aan het Parlement.

Wij, vertegenwoordigers van de groene NGO’s, wenden ons tot u met de volgende dringende zorgpunten rondom extensieve landbouw ten koste van het primair bos. Een belangrijk twistpunt is de toewijzing van 113.000 hectare land, waarvan 50.000 hectare is geclaimd door een NV voor sojateelt. Met verlies van 113.000 hectare aan bos gaat meer dan 7% bosbedekking verloren en verliest Suriname haar prestigieuze status van “groenste land op aarde”, met alle nadelige gevolgen van dien.

Grootschalige landbouw in de Surinaamse setting resulteert naast grootschalige ontbossing in verlies van biodiversiteit, en draagt bij tot bodem-, water- en luchtvervuiling door landbouwchemicaliën. Tevens zal de uitdroging van, in dit geval, het stroomgebied van de Nickerie en Corantijnrivier effect hebben op de beschikbaarheid van irrigatiewater voor o.a. de rijstteelt in Nickerie en Coronie.

Grootschalige ontbossing van primair bos ten behoeve van groot landbouw staat haaks op een coherente ontwikkelingsstrategie. Dat stelt de overheid zelf in de op 14 februari jl. door de president gelanceerde ‘Groene ontwikkelingsstrategie’ (GDS). In de GDS wordt groot landbouw immers als het slechtste scenario voor de ontwikkeling van Suriname aangegeven.

Daarnaast staat landbouw, volgens de ontwikkelde structuurvisie met zonering van Suriname, voor de komende 50 jaar niet gepland in gebieden met primair bos maar in het gebied dat wij traditioneel kennen als landbouwgebied, te weten de gebieden te Nickerie, Coronie en Saramacca. Deze structuurvisie is ontwikkeld door het Ministerie van Ruimtelijke Ordening en Milieu.

Gezien deze positieve beleidsontwikkelingen om Suriname’s toekomst gepland aan te pakken – waarbij er oog is voor onze waardevolle natuur als ook voor economische ontwikkeling – bevreemdt het ons dat er tegelijkertijd ook voornemens zijn om grote concessies voor groot landbouw in primair bos uit te geven. Graag vernemen we duidelijkheid over hoe we deze ontwikkeling van groot landbouw moeten plaatsen binnen de Groene ontwikkelingsstrategie, de structuurvisie voor ons landgebied en reeds gemaakte internationale afspraken.

Tevens willen wij nogmaals onder uw aandacht brengen wat de voor- en nadelen zijn van groot landbouw in primair bos:

Milieueffecten

Nadelen

  • Ontbossing en verlies van habitat/biodiversiteit: De meest directe en ernstige impact. Het kappen van oerbos in Suriname leidt tot de vernietiging van complexe ecosystemen en habitats die een grote diversiteit aan dieren, planten en schimmels ondersteunen. Deze biodiversiteit is intrinsiek waardevol, maar biedt ook een groot aantal bestaansmiddelen aan inheemse en lokale gemeenschappen die verloren zouden gaan bij grootschalige ontbossing.
  • Toenemende koolstofuitstoot: Tropische bossen zijn cruciale koolstofputten en absorberen enorme hoeveelheden CO2. Ontbossing brengt deze opgeslagen koolstof in de atmosfeer, wat aanzienlijk bijdraagt aan klimaatverandering. Bovendien verergeren de ontbinding van gekapte bomen en het gebruik van vuur bij landontginning de uitstoot verder.
  • Bodemdegradatie en -erosie: Het kappen van bossen stelt de bodem bloot aan erosie door regenval, wat leidt tot verlies van voedingsstoffen en verminderde bodemvruchtbaarheid. Intensieve landbouwmethoden kunnen de bodem na verloop van tijd verder degraderen, waardoor het land minder productief wordt.
  • Hydrologische verstoring: Bossen spelen een cruciale rol bij het reguleren van regenval en waterstromen. Ontbossing kan deze patronen verstoren, wat leidt tot een verhoogd risico op overstromingen, droogte en een veranderde rivierstroming, met gevolgen voor zowel het lokale als regionale klimaat. In dit geval zouden de Surinaamse rijstindustrie en boeren ten noorden van het voorgestelde sojaproject negatief worden beïnvloed door deze verstoring van hun watervoorziening voor irrigatie.
  • Klimaatverandering: Bij verlies aan bos neemt de omgevingstemperatuur toe. In combinatie met verstoring van de hydrologische cyclus en op gezette tijden gebrek aan regenval, leidt deze temperatuurstijging tot uitdroging van vegetatie en een sterk verhoogd risico op ernstige bosbranden.
  • Negatieve neveneffecten en -activiteiten: Ontsluiting van bosrijke gebieden brengt ongewenste activiteiten met zich mee, zoals vervuiling, illegale houtkap, illegale mijnbouw, milieuschade en smokkelpraktijken.
  • Verontreiniging door agrochemicaliën: Landbouw op industriële schaal vereist het gebruik van pesticiden en herbiciden, wat een negatieve impact zal hebben op planten, dieren en mensen in de regio.

Maatschappelijke effecten

Nadelen

  • Verdringing van inheemse en tribale gemeenschappen: Ontbossing en landbouwontwikkeling kunnen leiden tot de verdringing van deze gemeenschappen, waardoor hun traditionele levenswijze, hun voedselzekerheid, die sterk afhankelijk is van bosproducten zoals wild, vis en fruit, hun cultuur en spirituele band met het land wordt verstoord.
  • Gezondheidseffecten: Ontbossing kan het voorkomen van bepaalde ziekten verhogen, omdat verstoring van de leefomgeving mensen in nauwer contact kan brengen met ziekteverspreiders.
  • Sociale conflicten: Grondrechten van de oorspronkelijke bewoners, concurrentie om land en grondstoffen tussen het landbouwbedrijf, inheemse gemeenschappen en andere lokale bevolkingsgroepen kan leiden tot sociale onrust en conflicten.

Voordelen

  • Potentiële werkgelegenheid: Het landbouwproject kan banen creëren voor sommige lokale mensen, hoewel deze banen de inheemse gemeenschappen mogelijk niet ten goede komen en tot uitbuiting kunnen leiden. Indien machinaal is grootschalige landbouw bovendien meestal arbeidsextensief.

Economische gevolgen

Voordelen

  • Economische ontwikkeling: Het project kan leiden tot economische groei voor het land door een verhoogde landbouwproductie, exportinkomsten en buitenlandse investeringen.
  • Infrastructuurontwikkeling: Het bedrijf kan wegen, havens en andere infrastructuur aanleggen ter ondersteuning van zijn activiteiten, wat enkele secundaire voordelen voor de regio kan hebben.

Nadelen

  • Ongelijke verdeling van voordelen: De economische voordelen zijn mogelijk niet gelijk verdeeld, waarbij het grootste deel van de winst naar het Chinese bedrijf en een kleine elite gaat, terwijl lokale gemeenschappen weinig verbetering zien of zelfs negatieve gevolgen ondervinden.
  • Afhankelijkheid van een buitenlands bedrijf: Ons land kan te afhankelijk worden van één buitenlands bedrijf, waardoor de economie kwetsbaar wordt voor schommelingen op de wereldmarkt of veranderingen in de zakelijke beslissingen van het bedrijf.
  • Verlies van economisch potentieel op lange termijn: De economische voordelen van landbouw op korte termijn kunnen ten koste gaan van het economische potentieel op lange termijn van duurzaam bosgebruik zoals ecotoerisme, duurzame oogst van bosproducten en wetenschappelijk onderzoek.
  • Hogere zorgkosten: Milieuschade kan leiden tot hogere zorgkosten als gevolg van luchtwegaandoeningen en andere gezondheidsproblemen zoals verhoogd risico op kanker, lever en nieraandoeningen en de noodzaak tot dialyse door de inname van voeding en water met chemische residuen.

Wij hopen op een positieve en constructieve reactie op deze dringende kwesties en zijn te allen tijde bereid tot een gesprek.

Met vriendelijke groet,

De Groene NGO’s:

Amazon Conservation Team Suriname (ACT), Tropenbos Suriname, Green Growth Suriname (GGS), Conservation International Suriname (CIS), Stg. Ontwikkeling Rurale gemeenschappen (SORG), World Wide Fund for Nature (WWW-Guianas), Wildlife & People Suriname (WPS), Green Heritage Fund Suriname (GHFS), Suriname Alliance For the Environment (SAFE)

Persbericht: Kreet om dringende aandacht voor behoud van de natuur voor onze toekomstige generaties

By | Press Release, Publication, Uncategorised

Geachte leden van het parlement, ondergetekenden wenden zich tot u met ernstige zorgen over de staat van onze Surinaamse natuur en het gerelateerde beleid. De regering heeft op diverse (inter)nationale podia nadrukkelijk aangegeven dat zij beseft hoe bijzonder de waarde is die Surinames natuur vertegenwoordigt en deze daarom in stand zal houden. Dit kan alleen als het onderdeel uitmaakt van een gedegen plan.

Echter, recente, alsook geplande, gronduitgiften en inzichten over landgebruik van de regering, die naar onze overtuiging de belangen van lokale gemeenschappen, natuurgebieden/de biodiversiteit en de leefomgeving in gevaar brengen, lijken hier haaks op te staan.

We noemen hierbij in het bijzonder:

  • de voorgenomen (overhaaste) ontwikkeling van het Bakhuisgebied voor mijnbouw
  • de uitgifte van gronden in het Peruvia Natuurgebied te Coronie voor landbouw cq zandafgraving
  • de onduidelijke stand van zaken rondom de aanwijzing cq uitgiften van driehonderdduizend hectare grond in de bosgordel ten behoeve van landbouw
  • het ontbreken van ESIA-studies voor groot landbouwprojecten, al dan niet wettelijk beheerd door mennonieten of Surinamers
  • de illegale goudmijnbouw in het Brownsberg Natuurpark, die zich inmiddels tot aan de Irenevallen bevindt
  • Toename illegale houtkap, goudwinning en wilde dierenhandel waar geen tot weinig actie op wordt ondernomen en concrete legale transparante consequenties uitblijven
  • Bosbouwconcessies grenzend aan het Centraal Suriname Natuurreservaat en vergunningen voor bruggen en andere infrastructuur die een bedreiging vormen voor het reservaat
  • Onduidelijkheid over het (gedoog)beleid met betrekking tot mennonieten

Onze zorgen:

1. Schade aan gemeenschapsrechten en -belangen

De uitgifte van grond zonder transparante besluitvorming en voldoende inspraak van de betrokken gemeenschappen leidt tot verlies van sociale voorzieningen, openbare ruimte of zelfs traditionele woon- en werkgebieden.

2. Milieu-impact

Het benutten van grond voor grootschalige industriële of commerciële doeleinden bedreigt kwetsbare natuurgebieden en kan leiden tot onomkeerbare milieuschade, zoals verlies van biodiversiteit, verlies van onze HFLD- en Carbon negatieve status en toename van CO₂-uitstoot.

De toegankelijkheid tot de gebieden neemt toe als gevolg van landbouw en dat zal leiden tot toename van de illegale wilde dierenhandel en stroperij. Het Bakhuysgebergte is een gebied met zeer hoge biodiversiteit en kan worden aangeduid als een biodiversiteitshotspot.

Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat de dichtheid van alle zes (beschermde) wilde katachtigen die in Suriname voorkomen (waaronder de bedreigde jaguar) bijzonder hoog is in dit gebied. Mijnbouw zal bovenop de huidige houtkapactiviteiten in het gebied tot onomkeerbare verstoring leiden en de illegale handel in jaguars doen toenemen (vandaag is de internationale dag van de jaguar).

In het geval van groot landbouw is er een groot potentieel gevaar voor het woeden van onder meer bosbranden. Deze en andere risico’s zouden zichtbaar moeten worden in de milieu- en sociale effectenanalyse (ESIA), die verplicht is voor elke Surinaamse ondernemer. Ongeacht of zij zelfs landbouwpraktijken op hun land denken uit te voeren of het doorverhuren/doorverkopen.

Wat we ook in acht dienen te nemen is dat in geval van mogelijke grote bosbranden, onze brandweer en andere hulpdiensten niet daarop zijn berekend en het zodoende ook weer kan leiden tot desastreuze gevolgen. Een recent en verontrustend voorbeeld hiervan in de regio is dat elf miljoen hectare bos is afgebrand in Bolivia als gevolg van onder meer rijst- en sojateelt.

De kwestie mennonieten en andere groot landbouwers met een reputatie van ontbossing en monocultuur elders op ons continent, die via slinkse wegen (bijvoorbeeld als outgrowers) toegang krijgen tot onze ongerepte natuur, moet hierin worden meegenomen.

3. Gebrek aan transparantie en inspraak

Wij signaleren dat lokale gemeenschappen regelmatig onvoldoende worden betrokken bij de besluitvorming rondom gronduitgifte. Dit schendt hun rechten, leidt tot vergroten van een gevoel van wantrouwen en onrechtvaardigheid bij de inwoners.

4. Overhaaste besluitvorming

Terwijl Suriname zich opmaakt voor een tijdperk in de olie- en gasindustrie met zeer hoge inkomsten enerzijds, maar ook reële risico’s op sociaal-, economisch- en milieugebied anderzijds, lijkt de noodzaak en wenselijkheid van een bauxietavontuur op dit moment onverstandig. Daarnaast is Suriname druk bezig met een carbon strategie en heeft de overheid onlangs een Green Development-strategie gepresenteerd.

Hoe deze ontwikkelingen uitpakken is nog helemaal niet zeker. Als we ook nog de gebrekkige capaciteit van ons land in aanmerking nemen dan zou het eerder voor de hand liggen om het Bakhuis potentieel te houden als appeltje voor de dorst en eerst alle andere strategieën uit te rollen.

Deze verrassende actie komt erg gehaast over en is strijdig met de genoemde Green Development-strategie alsook alle andere beleidsdoelen die de overheid nationaal, maar vooral ook internationaal, presenteert en promoot. Overigens, ook een gedegen Economische Impact Analyse zou moeten worden gedaan en worden afgezet tegen andere alternatieven.

Onze verzoeken:

Gezien uw rol om de belangen van onze bevolking, zowel de huidige als toekomstige generaties, te behartigen en beschermen, verzoeken wij u om:

  1. Behandeling en aanpassing van de huidige- en aan te nemen wetten en regelgeving rondom natuurbehoud en rondom rechten van Inheemse en Tribale volkeren, die moeten leiden tot herziening van het huidige beleid rond gronduitgifte en landgebruik aansturen, middels regelgeving, van een geïmplementeerd eenduidig beleid dat prioriteit geeft aan het behoud van lokale gemeenschappen, cultuur en natuurwaarden, indachtig de verdragen waaraan ons land zich internationaal heeft gecommitteerd.
  2. Garantie op transparantie en inspraak. Stel duidelijke regels op die gemeenschappen betrekken bij elke stap van het proces, inclusief openbare consultaties en inspraakmogelijkheden.
  3. Evaluatie van huidige projecten. Onderzoek lopende en geplande projecten om te beoordelen of ze in overeenstemming zijn met de belangen van de betrokken gemeenschappen en het milieu. Hanteer daarbij de FPIC-protocollen die transparantie en inspraak van gemeenschappen in het binnenland voorschrijven. Milieueffectenstudies zijn wettelijk verplicht voor alle ontwikkelingsprojecten, inclusief (groot)landbouw, mijnbouw, infrastructuur.
  4. Bescherming van kwetsbare en cruciale gebieden. Introduceer wetgeving die kwetsbare natuurgebieden en gemeenschapsvoorzieningen beter beschermt tegen commerciële exploitatie en de mogelijkheid biedt om het percentage van beschermde gebieden in ons land te verhogen conform de “30 by 30” afspraken bij het Global Biodiversity Framework. Tevens wetgeving die de uitvoer van economische activiteiten welke haaks staan op behoud van de natuur een halt toe roepen en dwingen tot het prioriteren van onze biodiversiteit.

Wij als ‘groene NGO’s, willen ondersteunen bij het in kaart brengen van de bedreigingen en mogelijke oplossingen die ook elders op ons continent worden toegepast. Echter, wij dringen er bij u op aan om snel en krachtig te handelen in het belang van de bevolking en ter behoud van onze natuurlijke omgeving. Uw committering en besluitvaardigheid zijn van essentieel belang om een eerlijke, leefbare en duurzame toekomst te waarborgen.

Waar mijnbouw voor Suriname nochtans het gekozen pad is op de korte termijn, zijn wij ervan overtuigd dat natuurbehoud hét duurzame pad is dat in het belang is voor onze huidige en toekomstige generaties.

Wij rekenen op een positieve en constructieve reactie op deze dringende kwesties en zijn te allen tijde bereid tot een gesprek.

De Groene NGO’s: Amazon Conservation Team Suriname (ACT), Tropenbos Suriname, Green Growth Suriname (GGS), Conservation International Suriname (CI-S), Wildlife & People Suriname (WPS), World Wildlife Fund (WWF) Guianas, Suriname Alliance For the Environment (SAFE Globally), Green Heritage Fund Suriname (GHFS)

Persbericht: Natuurwetgeving loopt achter feiten aan

By | Press Release, Publication, Uncategorised

Op 03 april 1954 werd Suriname een toonbeeld in de wereld voor natuurbescherming. De Natuurbeschermingswet die indertijd werd aangenomen, was voor die periode zeer vooruitstrevend.

De wet introduceerde nieuwe concepten voor die tijd zoals beschermde natuurgebieden. In 1969 werd Stinasu (Stichting Natuurbehoud Suriname) opgericht, waarmee Suriname een van de eerste landen was die natuurtoerisme zou gaan ontwikkelen, in die tijd ook een vernieuwend concept.

Vandaag zijn we 70 jaren verder. Helaas is onze regelgeving niet meegegroeid met lokale en internationale ontwikkelingen of veranderde omstandigheden in ons klimaat.

Inmiddels blijkt dat:

  • Het zogenaamde hekken- en boetesysteem (‘fences and fines’) met beschermde natuurgebieden, waar volgens de wet vrijwel niemand mag komen, een achterhaald concept is. Op diverse plekken in Suriname hebben inheemsen en marrons hun woongebieden onder dwang moeten verlaten onder aanvoering van ‘bescherming van de natuur’.
  • Er onvoldoende prioriteit in het beleid is om het meest beboste land ter wereld te kunnen blijven. Natuurbescherming als keten – van beleidsmakers tot en met boswachters – wordt bijvoorbeeld onvoldoende gefinancierd (nog geen 0,5% van de staatsbegroting).
  • Nieuwe globale concepten zoals ecosysteemdiensten (waaronder de veelbesproken carbon credits) nog niet erkend worden in de Surinaamse wetgeving.
  • De rol van inheemsen en tribale gemeenschappen in natuurbescherming nooit erkend is. Evenzo zijn de collectieve grondenrechten anno 2024 nog niet geformaliseerd.
  • De unieke traditionele kennis over natuur en biodiversiteit onder inheemsen en tribale gemeenschappen nooit erkend is.

Hoogtijd dus voor enkele verbeteringen.

Met 92,6% bosbedekking anno 2023 heeft Suriname nog veel bos, echter komt deze natuur en de kwaliteit van het bos steeds meer onder druk te staan door mijnbouw, door ongecontroleerde houtkap, door overbejaging, door verstoring bij de aanleg van infrastructuur, door de mogelijke introductie van grootschalige landbouw en door de effecten van klimaatverandering.

Het hoopvolle nieuws is dat De Nationale Assemblée een commissie van rapporteurs heeft benoemd om een conceptwet Duurzaam Natuurbeheer te bestuderen en discussies met stakeholders hieromtrent reeds zijn begonnen. Alsook dat het Ministerie van Ruimtelijke Ordening en Milieu bezig is met onder meer een Green Development Strategy en een Wet op de Ruimtelijke Ordening waarbij behoud van groen steeds belangrijk uitgangspunten zijn. Daarnaast gaf President Chandrikapersad Santokhi onlangs in een interview aan dat “het pilotproject met de Mennonieten is ingetrokken”.

Indien Suriname haar natuur wil behouden voor toekomstige generaties, en deze planmatig in haar ontwikkelingsstrategieën wil opnemen, is geüpdate regelgeving nodig die voldoet aan de omstandigheden van de tijd. Daarbij kunnen natuur en ontwikkeling hand-in-hand gaan. We kijken dan ook uit naar een gedenkwaardig moment waarbij we, in 2024, na 70 jaren, weer een goede stap in de toekomst kunnen maken met vernieuwde regelgeving.

Natuurinclusieve ontwikkeling moet op ieders agenda staan en prioriteit genieten.

Namens de campagne Keep Suriname Green,

Conservation International Suriname
Groene Groei Suriname
Tropenbos Suriname
WWF-Guianas
Forest93

Zie www.keepsurinamegreen.sr voor meer informatie over de Wet Duurzaam Natuurbeheer

Dringende oproep om Suriname groen te houden

By | Press Release, Publication

Keep Suriname Green is de dringende oproep van groene organisaties in Suriname om Suriname samen groen te houden.

De zorg voor de natuur is immers een taak van ons allemaal. 

Ondanks dat Suriname nog steeds het meest beboste land ter wereld is qua bosbedekking per persoon heeft Suriname belangrijke zaken nog niet in orde om ook het meest beboste land te blijven. Dat baart zorgen voor de toekomst.

Hoewel de Republiek Suriname herhaaldelijk op internationale fora heeft uitgesproken de ambitie te hebben om 93% bosbedekking te behouden, lijkt dit in de praktijk moeilijker waar te maken. Zo is natuurbeschermingswetgeving reeds 70 jaar oud, is er nog geen overeenstemming over een ruimtelijke planning van het grondgebied, en nog te vaak winnen korte termijn economische belangen het van lange termijn duurzame beleidsbeslissingen.

Hoewel Suriname nog geen grootschalige ontbossing kent zoals bijvoorbeeld in Azië en Brazilië is gebeurd door industriële landbouw, gaat de stand van de bosbedekking achteruit met zo’n 0.06% per jaar. Buitenlandse investeerders hebben interesse om zich in Suriname te vestigen voor het uitoefenen van grootschalige landbouw, waarbij nog veel onduidelijkheden zijn over de exacte locatie en de impact op ons bos door de verwachte omvangrijke ontbossingsactiviteiten. Ook mijnbouw is een grote bedreiging voor het behouden van onze bosbedekking. WWF heeft recent een rapport gepubliceerd waarin Suriname wereldwijd op de eerste plaats staat als het aankomt op ontbossing door mijnbouwactiviteiten. Maar liefst 28.5% van de totale ontbossing in Suriname heeft een directe link met de mijnbouw. 


Bron: WWF Germany. (2023). Extracted Forests. Unearthing the role of mining-related deforestation as a driver of global deforestation. 

Niet alleen het percentage bosbedekking is belangrijk, met name de kwaliteit van het bos doet er toe. Er komt steeds meer druk op het bos door de aanleg van wegen, uitgiftes van mijnbouwconcessies buiten de bosgordel, de oprukkende landbouwgrens door het omzetten van bos in landbouwgrond en de impacts van klimaatverandering. Ook reeds beschermde natuurgebieden genieten in de praktijk geen bescherming tegen andere belangen. De effecten hiervan zijn reeds merkbaar en grotendeels onomkeerbaar: er is minder voeding te vinden voor gemeenschappen in de dorpen, er zijn zorgen over de gezondheid en de leefbaarheid voor mens en dier wordt aangetast.

Momenteel is er volop aandacht voor de investeringen in de olie- en gassector. Opvallend genoeg roepen bedrijven in deze sectoren Suriname ook op om haar bos te behouden. Niet in de laatste plaats om te dienen als compensatie van wereldwijde emissies. Zowel de overheid als het bedrijfsleven geven aan heil te zien in de handel van carbon credits en debt-for-nature swaps. Als Suriname deze ‘spaarpot voor de toekomst’ wil behouden, en gebruik wil kunnen maken van de carbon credit handel, is de voorwaarde dat het bos moet blijven staan. 

Keep Suriname Green is een oproep om natuurinclusief én toekomstgericht te denken bij beleids- en investeringsbeslissingen. Mens en natuur kunnen niet wachten totdat het bos verder aangetast wordt. De bij De Nationale Assemblee ingediende ontwerpwet Duurzaam Natuurbeheer is een belangrijke stap om als samenleving bewustere keuzes te maken, en de natuur te beschermen voor onze nakomelingen. Bovendien legt deze wet een basis om onze inheemse en tribale broeders en zusters, die meer dan 40% van de natuur op ons grondgebied in tact hebben helpen houden, eindelijk erkenning en compensatie te geven voor deze rol. Dit, naast de officiele erkenning en wettelijke bescherming van de collectieve rechten van de inheemse en tribale volken in Suriname die eindelijk geregeld moet worden.

Op www.keepsurinamegreen.sr delen wij de komende periode steeds nieuwe informatie over waarom het belangrijk is om Suriname groen te houden. 


Stichting Groene Groei Suriname
Conservation International Suriname
WWF Guianas
Tropenbos Suriname

Visie van Surinamers over de ruimtelijke inrichting van Suriname in 2072

By | Press Release, Publication

In opdracht van de Inter-American Development Bank (IaDB) heeft de Stichting Groene Groei Suriname, in afstemming met het Ministerie van Ruimtelijke Ordening en Milieu (Min ROM) gewerkt aan een visie over de ruimtelijke ordening van Suriname, zoals de gebruikers van de ruimte in Suriname dat zien. 

Honderden stakeholders zijn gedurende het proces van vier maanden gevraagd naar hun idee over de inrichting en het gebruik van de ruimte in Suriname over 50 jaar, oftewel in 2072. De uitdaging om met z’n allen ver in de toekomst te kijken, en te durven dromen, is aangegaan aan de hand van de toepassing van verschillende technieken. Het proces werd verdeeld in fasen zoals een online survey, het luisteren naar de conversaties op sociale media, organiseren van workshops en het bijwonen van informatie-sessies over actuele thema’s rondom ruimtelijke ordening. Elk van de fasen was bedoeld om een steeds specifieker beeld te krijgen van hoe het toekomstbeeld van Suriname op het gebied van ruimtelijke ordening eruit kan zien. Hierbij is gebruik gemaakt van de vijf pilaren die het Ministerie van ROM toepast, te weten: sociale zekerheid, economische weerbaarheid, ruimtelijke duurzaamheid, bescherming van het milieu en goed beleid (cq. sterke instituten).

Het resultaat van het onderzoek is een document waarvan dit de samenvatting is. De hier gepresenteerde visie geeft de richtlijnen aan die stakeholders – oftewel de gebruikers van de ruimte in Suriname – belangrijk vinden voor de gezamenlijke ontwikkeling van Suriname. Dit document is bedoeld als input voor het Ministerie van Ruimtelijke Ordening en Milieu, als ook de totale regering, om haar lange termijnvisie voor de ontwikkeling van Suriname op te baseren. Daarnaast zal deze visie moeten worden meegenomen in de ontwikkeling van wetgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, zodat een toekomstbestendige en planmatige ontwikkeling van Suriname beter mogelijk wordt en de wensen van Suriname worden gerepresenteerd.

Namens het uitvoerend team worden alle stakeholders bedankt voor het openhartig meedenken en dromen.

LAGERE SCHOOL AMATOPO FEESTELIJK GEOPEND

By | Press Release

Op 31 augustus 2022 werd de Openbare School Amatopo feestelijk ingezegend in het dorp Amatopo, in het zuid-westen van district Sipaliwini. Dit zal de eerste keer zijn dat de inheemse Trio-gemeenschap te Amatopo hier onderwijs zal krijgen. Per oktober zullen de eerste leerlingen starten met basisonderwijs.

Dit project is tot stand gekomen als samenwerking tussen de de Trio gemeenschap, het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en de Stichting Groene Groei Suriname (GGS). Minister Marie Levens noemt het project in haar videoboodschap aan de gemeenschap “een prachtig voorbeeld van een Public-Private Partnerschap”. De Minister benadrukte hoe enorm blij zij is dat nu eindelijk, ook in dit afgelegen gebied, elk kind onderwijs kan genieten in hun eigen omgeving volgens het concept “Education on Location”. De Minister riep de gemeenschap op om zuinig om te gaan met de school.

Granman van de Trio gemeenschap, Jimmy Toeroemang, bedankte een ieder voor de inzet. Dit was een van de eerste projecten die de Granman heeft helpen ontplooien sinds zijn benoeming in september 2021. 

Kapitein Paneshi, Hoofdkapitein Peppoe en Granman Jimmy Toeroemang na de onthulling van het naambord van de O.S. Amatopo

Hoofdkapitein Peppoe sprak namens de gemeenschap van het dorp Amatopo een groot woord van dank uit. Gwendolyn Smith, voorzitter van Stichting Groene Groei Suriname, zei dat zij hoopt de belofte aan kapitein Peppoe te hebben ingelost. De kapitein zei bij de start van het project in oktober dat zijn laatste wens is om een school te zien in zijn dorp, voordat hij uit dit leven moet vertrekken.

Stichting Groene Groei Suriname (GGS) heeft het project gecoördineerd. Met de hulp van velen is het project tot stand gekomen. GGS bedankte daarom onder andere Dean Gorré, de voormalig bondscoach van Natio die Global FOREST93 Ambassador is geworden. Hij heeft zijn netwerk ingezet om extra fondsen te genereren zodat de bouw kon voortgaan, Rotary Club Paramaribo Central kwam in met gasoline en fondsen zodat het project door kon gaan. Ook andere sponsoren zoals Southern Commercial Bank, Beyrouth Bazaar, Talula als ook de leerlingen van Basisschool Stap Vooruit en de Nassy Brouwerschool, als ook Sage Uiterloo, die allen hielpen om schooltassen met inhoud aan te schaffen werden bedankt. Ook werd de hulp van het management en medewerkers van het naastgelegen toeristenoord Amatopo Rainforest bedankt voor de steun. Zij zorgden onder meer voor de waterinstallatie van de school en stonden klaar met extra mankracht wanneer nodig. 

Nadat elk kind zijn rugtas met inhoud in ontvangst had genomen, verplaatste de groep zich naar de school. Met de onthulling van het naambord en een rondleiding werd het gebouw in gebruik genomen. Er zijn vier lokalen, een kantoor, magazijn en een toiletgroep gebouwd. De eerste groep die zal starten bestaat uit 18 leerlingen onder de 15 jaar en 11 personen boven de 15 jaar die alsnog hun lagere school diploma willen behalen. De verwachting is dat er gedurende het jaar meer leerlingen zich zullen aanmelden. 

Het MInisterie van Onderwijs is druk bezig om alle administratieve handelingen in orde te maken zodat ook hier op maandag 03 oktober de schoolbel geluid zal worden door de leerkracht en het schooljaar – voor het eerst – zal aanvangen.

Schoolgebouw O.S. Amatopo in het zuid-westen van Suriname
Vertegenwoordigers van het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, de Tareno gemeenschap en Stichting Groene Groei Suriname bij de opening van de school



Survey spatial planning

By | Press Release

The Ministry of Spatial Planning and Environment is developing policy, planning and legislation for spatial planning in Suriname. To have a representative and inclusive process the Ministry is looking for insights from the general public. GGS is happy to support the Ministry of ROM in gathering these insights. In August 2022 an online survey will be distributed through social media, Whatsapp and SMS text to gather responses from Surinamese allover the country. 

Want to contribute? Please fill out the survey here: https://ee.kobotoolbox.org/x/obwNT9zc  

This is step one of the process we have designed to gather stakeholder insights. In the coming months we will organize other initiatives to gather more in-depth information per district, which will support the policy-making and legislative process within the Ministry of Spatial Planning and Environment (ROM).

Student Research assignment: Local knowledge for indicating climate change in Suriname

By | Press Release, Publication

Green Growth Suriname Foundation has an opportunity for a student research assignment, starting  November 2021.

Background
Climate change will have a profound effect on Suriname. Predictions for Suriname as a whole show that with doubling of Carbon Dioxide by the year 2100, the mean annual temperature increases by 2.6 centigrade and the mean annual precipitation will decrease about 4.7% compared to the last 20-30 years (Nurmohamed, 2008). Even more important are the factors other than warming, including changes in rainfall pattern and frequency that is expected to have a larger scale effect than biotic interactions between species and soil variations (Borchert, 1998). The projected shift in rainfall patterns – specifically the length of the dry season – is identified as the key-controller for tropical forest climatic change (Hutyra et al, 2005). Such predictions are consistent with the finding that the dry season between the months of May-December will become dryer with 24% by 2080 in Suriname (Nurmohamed, 2008).

However, accurate predictions about the effects of climate are difficult to capture in the abstract models used nowadays (Da Silva,Werth & Arissar, 2008). The complex nature of climate is not well understood, often because it is removed from its social context (Weber, 2006; Leiserowitz, 2006; Vedwan & Rhoades, 2001; Vogel & O’Brien, 2006). People that have lived in a specific place for long periods of time (>10 years) have observed change in their immediate environment. These local peoples have developed and interchanged practical instruments and normative knowledge about the ecological, socio-economic and cultural environment (Agrawal, 1995).  They rely on experience and have identified indicators in their surroundings. These dynamic, inside-out strategies are a valuable point of departure for the design of present-day adaptive resource management strategies (Parlee & Fikret, 2006).

Suriname provides a unique location to study climate change. A primary aim of this research is to study the traditional system in recognizing and predicting ecosystem alterations. With this research indicators will be identified based on local concepts, knowledge and practices to foresee climate-related hazards. Specific objectives are to 1) Identify verifiable forest indicators for seasonal climate change and 2) Define the traditional knowledge system as it relates to understanding climate change.

Research goal
The overall goal of the project is to study the traditional system in recognizing and predicting ecosystem alterations. A better understanding of how local peoples perceive and manage local ecosystems in changing climate is an anticipated result of this research. We plan to answer the following research questions: What are the indicators used by local peoples for indicating seasonality? Can these traditional indicators be used as a prediction tool for change for future use?

Student Opportunity
Students will work together with a PhD. level researcher to answer the research questions. In practice, students will visit different stakeholders and interview them on the indicators. Also, students will work together with the lead researcher to gather information from the field in social mapping exercises, as well as other research methods. The work will eventually be published in an academic journal with mentioning of students and other contributors.

The period for collaboration in this research project is a minimum of 3 months and can go as long as the student needs to complete his/her project. Students will receive a stipend of U$ 500 for contributing to this research project which will be used for transportation and professional fees.

Students who are interested can contact us via email: [email protected]