Category

Uncategorised

Hoe moet een carbon credit programma eruit zien?

By | Publication, Uncategorised, Whitepaper
Carbon credits zijn een hot topic in Suriname. Echter, carbon credits zijn niet zo simpel als:
aantal bomen x carbon credit bedrag = onze inkomsten vanuit het bos.

Er zijn namelijk meer dan 170 soorten carbon credits voor diverse sectoren zoals: natuur en landgebruik, hernieuwbare energie, industrie, landbouw, hui
shoudens, transport, etc. Landen maken programma’s om hun carbon credits te beheren.
Hoe moet zo een carbon credit programma eruit zien?
10 richtinggevende regels:

1.         Effectief beheer
2.        Registratie en Bijhouden
3.        Transparantie
4.        Inspectie door Experts
5.        Additionaliteit
6.        Permanentie
7.        Goede Koolstof Berekeningen
8.        Geen Dubbele Telling
9.        Sociale en Milieu Voordelen en Beschermende Regels
10.     Contributie aan Net-Zero Transitie

Bron: https://icvcm.org/core-carbon-principles/

Download de volledige uitleg hier: 10 regels voor carbon credit programma 

Stop de Chinalco Overeenkomst

By | Press Release, Uncategorised

In de tekst hieronder wordt verwezen naar de Chinalco Overeenkomst, die officieel als Mineral Agreement between the Republic of Suriname and Aluminum Corporation of China bij De Nationale Assemblee ter goedkeuring is aangeboden en de grondslag vormt voor de officiéle mijnbouw-overeenkomst.

Schendingen van wetten en principes
De overeenkomst overtreedt verschillende Surinaamse wetten, zoals het Decreet Mijnbouw en de Milieu Raamwet alsook internationale verplichtingen van de staat m.b.t. rechten van Inheemse volken. In bijlage 1 van het document wordt gedetailleerd aangegeven hoe deze wetten en rechten worden geschonden. Enkele van de belangrijkste punten zijn:

  • Voorkeurspositie voor Chinalco: Het contract verleent Chinalco uitzonderlijke rechten, zoals belastingvrijstellingen en de mogelijkheid om activiteiten uit te voeren zonder goedkeuring van de overheid. Dit ondermijnt het gelijkheidsprincipe van de wet.
  • Onbekende investeerders en overdracht van rechten: Het exploitatierecht wordt verstrekt aan een onbekende groep investeerders en beslaat een gebied van 280.616 hectare – 28 keer groter dan wettelijk toegestaan. Deze rechten kunnen zonder toestemming van de overheid worden overgedragen.
  • Uitbreiding van exploitatieactiviteiten: Chinalco verkrijgt niet alleen bauxietrechten, maar mag ook andere mineralen exploreren en exploiteren zonder duidelijke regelgeving. Van goud, nikkel, kobalt en (in mindere mate) ijzererts is dat reeds bekend.
  • Onduidelijke juridische status van grondgebruik: De overeenkomst impliceert een nieuwe grondtitel zonder wettelijke basis. Dit kan grote gevolgen hebben voor landrechten en eigendom in Suriname.
  • Schending van internationaal erkende mensenrechten: Zowel de machtigingswet als de overeenkomst zelf schenden de rechten van Inheemse volken, i.h.b. hun grondenrechten en recht op FPIC. De Staat Suriname heeft deze verplichtingen o.b.v. internationale mensenrechtenverdragen en vonnissen van het IA-Hof voor Mensenrechten alsook nationale wetten en rechterlijke uitspraken.
  • Gebrek aan transparantie en inspraak: De overeenkomst is opgesteld zonder overleg met de inheemse bevolking en schendt daarmee het Free Prior and Informed Consent (FPIC)-principe, zoals vastgelegd in de Milieu Raamwet.
  • Geen genderresponsiviteit: De impact op vrouwen en de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen binnen de getroffen gemeenschappen wordt genegeerd.
  • Niet in lijn met EITI-normen: Suriname is lid van het Extractive Industries Transparency Initiative (EITI), maar deze overeenkomst voldoet niet aan de minimale vereisten voor transparantie. De identiteit van de investeerders blijft onbekend.
  • Zonder duidelijke afbakening van ontbossing zal de carbon negatieve status van Suriname in gevaar gebracht worden.
  • Ongecontroleerde- en onbeperkte uitvoer van natuurlijke hulbronnen. Natuurlijke hulpbronnen zijn van Suriname en de meerwaarde bij verwerking dienen ook de inwoners en de kinderen van het land ten goede te komen.

Conclusie
De Chinalco overeenkomst is in de geschiedenis van Suriname de meest nadelige mineralen overeenkomst voor Suriname’s ontwikkeling, die ooit is aangeboden aan De Nationale Assemblée. Het is in alle opzichten een achteruitgang op voorgaande overeenkomsten.

De overeenkomst reflecteert de gedachte van ‘duurzame en rechtvaardige ontwikkeling van Suriname’ (MOP 2022-2026) niet. Zij negeert de verscheidene waarden welke mensen hechten aan de natuur, met name die verbonden aan het Inheems perspectief. Deze zwaarwichtige overeenkomst en de schaal van beoogde operaties dreigt ten koste te gaan van het welzijn en de welvaart van onze gehele samenleving.

De Chinalco overeenkomst is daarom bij lange na nog niet gereed voor goedkeuring door De Nationale Assemblée. Het mag absoluut geen onrechtmatige overeenkomst zijn en mag ook geen mensenrechtenschendingen mogelijk maken. Zij vertoont nog te veel onzekerheden die goed bestudeerd moeten worden door deskundigen. Door het korte tijdsbestek voor een gedegen voorbereiding loopt De Nationale Assemblée volgens ons het gevaar om een overeenkomst goed te keuren die verstrekkende gevolgen zal hebben voor de Staat Suriname en haar inwoners voor de komende decennia.

Het algemene publiek heeft recht om te weten wat in een overeenkomst staat die een grote negatieve impact zal hebben op het milieu en die verstrekkende gevolgen zal hebben voor de huidige en komende generaties.

De Surinaamse burgers hebben ook het recht om inspraak te hebben in overeenkomsten met zulk een grote impact op hun toekomst.

Wij zijn uiteraard vóór de ontwikkeling van Suriname, immers economische groei en diversificatie zorgen voor werkgelegenheid (SDG 8) en duurzame ontwikkeling (zie alle SDGs) en zijn instrumenteel aan het duurzaam bestrijden van armoede (SDG 1), dit echter wel in samenhang met goed bestuur (SDG 16), partnerschap met alle betrokkenen (SDG 17) en passend binnen een vastgesteld ontwikkelingskader/ lange termijn ontwikkelingsvisie (refererend naar de recent gepresenteerde goed opgebouwde Green Development Strategie (GDS), en het daarin genoemde ontwikkelingsorgaan: GW 72f).

Ten slotte is het moment van goedkeuring en ondertekening van een dergelijke overeenkomst een slechte beslissing: het getuigt niet van doordachtheid, van transparantie en van goed bestuur wanneer drie (3) maanden vóór de algemene verkiezingen een dergelijke zwaarwichtige overeenkomst met zeer ingrijpende gevolgen voor land en volk, die de staat Suriname verbindt voor de komende 30 – 60 jaren, in grote haast wordt goedgekeurd.

Namens;
Vakcentrale – C47
Burgerinitiatief for Participatie en Goed Bestuur (BINI)
Inheems Kollectief Suriname (IKSur)
Vereniging Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS)
Stichting Projekta
Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB)
Associatie van Surinaamse Fabrikanten (ASFA)
Tropenbos Suriname
Vereniging van Economisten in Suriname (VES)
Stichting Key Holders of Sustainable Environment (Stichting KHOSE)
Women’s Rights Centre
Stichting Ultimate Purpose
Conservation International Suriname
Climate Change Advisory Services (CCAS )
Amazon Conservation Team Suriname
Stichting Groene Groei Suriname
Stichting Culconsult
Suriname Alliance For the Environment (SAFE)
Wildlife and People Suriname
WWF-Guianas
Stg. Ontwikkeling Rurale Gemeenschappen (SORG)

Persbericht: Kreet om dringende aandacht voor behoud van de natuur voor onze toekomstige generaties

By | Press Release, Publication, Uncategorised

Geachte leden van het parlement, ondergetekenden wenden zich tot u met ernstige zorgen over de staat van onze Surinaamse natuur en het gerelateerde beleid. De regering heeft op diverse (inter)nationale podia nadrukkelijk aangegeven dat zij beseft hoe bijzonder de waarde is die Surinames natuur vertegenwoordigt en deze daarom in stand zal houden. Dit kan alleen als het onderdeel uitmaakt van een gedegen plan.

Echter, recente, alsook geplande, gronduitgiften en inzichten over landgebruik van de regering, die naar onze overtuiging de belangen van lokale gemeenschappen, natuurgebieden/de biodiversiteit en de leefomgeving in gevaar brengen, lijken hier haaks op te staan.

We noemen hierbij in het bijzonder:

  • de voorgenomen (overhaaste) ontwikkeling van het Bakhuisgebied voor mijnbouw
  • de uitgifte van gronden in het Peruvia Natuurgebied te Coronie voor landbouw cq zandafgraving
  • de onduidelijke stand van zaken rondom de aanwijzing cq uitgiften van driehonderdduizend hectare grond in de bosgordel ten behoeve van landbouw
  • het ontbreken van ESIA-studies voor groot landbouwprojecten, al dan niet wettelijk beheerd door mennonieten of Surinamers
  • de illegale goudmijnbouw in het Brownsberg Natuurpark, die zich inmiddels tot aan de Irenevallen bevindt
  • Toename illegale houtkap, goudwinning en wilde dierenhandel waar geen tot weinig actie op wordt ondernomen en concrete legale transparante consequenties uitblijven
  • Bosbouwconcessies grenzend aan het Centraal Suriname Natuurreservaat en vergunningen voor bruggen en andere infrastructuur die een bedreiging vormen voor het reservaat
  • Onduidelijkheid over het (gedoog)beleid met betrekking tot mennonieten

Onze zorgen:

1. Schade aan gemeenschapsrechten en -belangen

De uitgifte van grond zonder transparante besluitvorming en voldoende inspraak van de betrokken gemeenschappen leidt tot verlies van sociale voorzieningen, openbare ruimte of zelfs traditionele woon- en werkgebieden.

2. Milieu-impact

Het benutten van grond voor grootschalige industriële of commerciële doeleinden bedreigt kwetsbare natuurgebieden en kan leiden tot onomkeerbare milieuschade, zoals verlies van biodiversiteit, verlies van onze HFLD- en Carbon negatieve status en toename van CO₂-uitstoot.

De toegankelijkheid tot de gebieden neemt toe als gevolg van landbouw en dat zal leiden tot toename van de illegale wilde dierenhandel en stroperij. Het Bakhuysgebergte is een gebied met zeer hoge biodiversiteit en kan worden aangeduid als een biodiversiteitshotspot.

Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat de dichtheid van alle zes (beschermde) wilde katachtigen die in Suriname voorkomen (waaronder de bedreigde jaguar) bijzonder hoog is in dit gebied. Mijnbouw zal bovenop de huidige houtkapactiviteiten in het gebied tot onomkeerbare verstoring leiden en de illegale handel in jaguars doen toenemen (vandaag is de internationale dag van de jaguar).

In het geval van groot landbouw is er een groot potentieel gevaar voor het woeden van onder meer bosbranden. Deze en andere risico’s zouden zichtbaar moeten worden in de milieu- en sociale effectenanalyse (ESIA), die verplicht is voor elke Surinaamse ondernemer. Ongeacht of zij zelfs landbouwpraktijken op hun land denken uit te voeren of het doorverhuren/doorverkopen.

Wat we ook in acht dienen te nemen is dat in geval van mogelijke grote bosbranden, onze brandweer en andere hulpdiensten niet daarop zijn berekend en het zodoende ook weer kan leiden tot desastreuze gevolgen. Een recent en verontrustend voorbeeld hiervan in de regio is dat elf miljoen hectare bos is afgebrand in Bolivia als gevolg van onder meer rijst- en sojateelt.

De kwestie mennonieten en andere groot landbouwers met een reputatie van ontbossing en monocultuur elders op ons continent, die via slinkse wegen (bijvoorbeeld als outgrowers) toegang krijgen tot onze ongerepte natuur, moet hierin worden meegenomen.

3. Gebrek aan transparantie en inspraak

Wij signaleren dat lokale gemeenschappen regelmatig onvoldoende worden betrokken bij de besluitvorming rondom gronduitgifte. Dit schendt hun rechten, leidt tot vergroten van een gevoel van wantrouwen en onrechtvaardigheid bij de inwoners.

4. Overhaaste besluitvorming

Terwijl Suriname zich opmaakt voor een tijdperk in de olie- en gasindustrie met zeer hoge inkomsten enerzijds, maar ook reële risico’s op sociaal-, economisch- en milieugebied anderzijds, lijkt de noodzaak en wenselijkheid van een bauxietavontuur op dit moment onverstandig. Daarnaast is Suriname druk bezig met een carbon strategie en heeft de overheid onlangs een Green Development-strategie gepresenteerd.

Hoe deze ontwikkelingen uitpakken is nog helemaal niet zeker. Als we ook nog de gebrekkige capaciteit van ons land in aanmerking nemen dan zou het eerder voor de hand liggen om het Bakhuis potentieel te houden als appeltje voor de dorst en eerst alle andere strategieën uit te rollen.

Deze verrassende actie komt erg gehaast over en is strijdig met de genoemde Green Development-strategie alsook alle andere beleidsdoelen die de overheid nationaal, maar vooral ook internationaal, presenteert en promoot. Overigens, ook een gedegen Economische Impact Analyse zou moeten worden gedaan en worden afgezet tegen andere alternatieven.

Onze verzoeken:

Gezien uw rol om de belangen van onze bevolking, zowel de huidige als toekomstige generaties, te behartigen en beschermen, verzoeken wij u om:

  1. Behandeling en aanpassing van de huidige- en aan te nemen wetten en regelgeving rondom natuurbehoud en rondom rechten van Inheemse en Tribale volkeren, die moeten leiden tot herziening van het huidige beleid rond gronduitgifte en landgebruik aansturen, middels regelgeving, van een geïmplementeerd eenduidig beleid dat prioriteit geeft aan het behoud van lokale gemeenschappen, cultuur en natuurwaarden, indachtig de verdragen waaraan ons land zich internationaal heeft gecommitteerd.
  2. Garantie op transparantie en inspraak. Stel duidelijke regels op die gemeenschappen betrekken bij elke stap van het proces, inclusief openbare consultaties en inspraakmogelijkheden.
  3. Evaluatie van huidige projecten. Onderzoek lopende en geplande projecten om te beoordelen of ze in overeenstemming zijn met de belangen van de betrokken gemeenschappen en het milieu. Hanteer daarbij de FPIC-protocollen die transparantie en inspraak van gemeenschappen in het binnenland voorschrijven. Milieueffectenstudies zijn wettelijk verplicht voor alle ontwikkelingsprojecten, inclusief (groot)landbouw, mijnbouw, infrastructuur.
  4. Bescherming van kwetsbare en cruciale gebieden. Introduceer wetgeving die kwetsbare natuurgebieden en gemeenschapsvoorzieningen beter beschermt tegen commerciële exploitatie en de mogelijkheid biedt om het percentage van beschermde gebieden in ons land te verhogen conform de “30 by 30” afspraken bij het Global Biodiversity Framework. Tevens wetgeving die de uitvoer van economische activiteiten welke haaks staan op behoud van de natuur een halt toe roepen en dwingen tot het prioriteren van onze biodiversiteit.

Wij als ‘groene NGO’s, willen ondersteunen bij het in kaart brengen van de bedreigingen en mogelijke oplossingen die ook elders op ons continent worden toegepast. Echter, wij dringen er bij u op aan om snel en krachtig te handelen in het belang van de bevolking en ter behoud van onze natuurlijke omgeving. Uw committering en besluitvaardigheid zijn van essentieel belang om een eerlijke, leefbare en duurzame toekomst te waarborgen.

Waar mijnbouw voor Suriname nochtans het gekozen pad is op de korte termijn, zijn wij ervan overtuigd dat natuurbehoud hét duurzame pad is dat in het belang is voor onze huidige en toekomstige generaties.

Wij rekenen op een positieve en constructieve reactie op deze dringende kwesties en zijn te allen tijde bereid tot een gesprek.

De Groene NGO’s: Amazon Conservation Team Suriname (ACT), Tropenbos Suriname, Green Growth Suriname (GGS), Conservation International Suriname (CI-S), Wildlife & People Suriname (WPS), World Wildlife Fund (WWF) Guianas, Suriname Alliance For the Environment (SAFE Globally), Green Heritage Fund Suriname (GHFS)

Persbericht: Natuurwetgeving loopt achter feiten aan

By | Press Release, Publication, Uncategorised

Op 03 april 1954 werd Suriname een toonbeeld in de wereld voor natuurbescherming. De Natuurbeschermingswet die indertijd werd aangenomen, was voor die periode zeer vooruitstrevend.

De wet introduceerde nieuwe concepten voor die tijd zoals beschermde natuurgebieden. In 1969 werd Stinasu (Stichting Natuurbehoud Suriname) opgericht, waarmee Suriname een van de eerste landen was die natuurtoerisme zou gaan ontwikkelen, in die tijd ook een vernieuwend concept.

Vandaag zijn we 70 jaren verder. Helaas is onze regelgeving niet meegegroeid met lokale en internationale ontwikkelingen of veranderde omstandigheden in ons klimaat.

Inmiddels blijkt dat:

  • Het zogenaamde hekken- en boetesysteem (‘fences and fines’) met beschermde natuurgebieden, waar volgens de wet vrijwel niemand mag komen, een achterhaald concept is. Op diverse plekken in Suriname hebben inheemsen en marrons hun woongebieden onder dwang moeten verlaten onder aanvoering van ‘bescherming van de natuur’.
  • Er onvoldoende prioriteit in het beleid is om het meest beboste land ter wereld te kunnen blijven. Natuurbescherming als keten – van beleidsmakers tot en met boswachters – wordt bijvoorbeeld onvoldoende gefinancierd (nog geen 0,5% van de staatsbegroting).
  • Nieuwe globale concepten zoals ecosysteemdiensten (waaronder de veelbesproken carbon credits) nog niet erkend worden in de Surinaamse wetgeving.
  • De rol van inheemsen en tribale gemeenschappen in natuurbescherming nooit erkend is. Evenzo zijn de collectieve grondenrechten anno 2024 nog niet geformaliseerd.
  • De unieke traditionele kennis over natuur en biodiversiteit onder inheemsen en tribale gemeenschappen nooit erkend is.

Hoogtijd dus voor enkele verbeteringen.

Met 92,6% bosbedekking anno 2023 heeft Suriname nog veel bos, echter komt deze natuur en de kwaliteit van het bos steeds meer onder druk te staan door mijnbouw, door ongecontroleerde houtkap, door overbejaging, door verstoring bij de aanleg van infrastructuur, door de mogelijke introductie van grootschalige landbouw en door de effecten van klimaatverandering.

Het hoopvolle nieuws is dat De Nationale Assemblée een commissie van rapporteurs heeft benoemd om een conceptwet Duurzaam Natuurbeheer te bestuderen en discussies met stakeholders hieromtrent reeds zijn begonnen. Alsook dat het Ministerie van Ruimtelijke Ordening en Milieu bezig is met onder meer een Green Development Strategy en een Wet op de Ruimtelijke Ordening waarbij behoud van groen steeds belangrijk uitgangspunten zijn. Daarnaast gaf President Chandrikapersad Santokhi onlangs in een interview aan dat “het pilotproject met de Mennonieten is ingetrokken”.

Indien Suriname haar natuur wil behouden voor toekomstige generaties, en deze planmatig in haar ontwikkelingsstrategieën wil opnemen, is geüpdate regelgeving nodig die voldoet aan de omstandigheden van de tijd. Daarbij kunnen natuur en ontwikkeling hand-in-hand gaan. We kijken dan ook uit naar een gedenkwaardig moment waarbij we, in 2024, na 70 jaren, weer een goede stap in de toekomst kunnen maken met vernieuwde regelgeving.

Natuurinclusieve ontwikkeling moet op ieders agenda staan en prioriteit genieten.

Namens de campagne Keep Suriname Green,

Conservation International Suriname
Groene Groei Suriname
Tropenbos Suriname
WWF-Guianas
Forest93

Zie www.keepsurinamegreen.sr voor meer informatie over de Wet Duurzaam Natuurbeheer